In 1968-8 ben ik op de Limos gekomen en in drie maanden opgeleid. Na mijn opleiding heb ik mij op vliegbasis Valkenburg aangemeld, daar werd gezegd mij te melden bij het ministerie van Defensie in Den Haag. Daar bleek dat ik gestationeerd werd in de Ambririxkazerne te Tongeren. Alles wat ik zag en hoorde mocht ik niet naar buiten brengen.
In Tongeren aangekomen werden we met een Engelse bus gebracht naar de Cannerberg te Neercanne. Als Steward – Kok werkte we van ‘s avonds 17.00 tot de volgende ochtend 08.30 uur en kwam ik op vele afdelingen. De mensen in Maastricht vroegen ons of er atoombommen waren opgeslagen in de cave. We konden de mensen gerust stellen.
Na 18 maanden meldden we ons af weer op Valkenburg en op het Ministerie van Defensie te Den Haag moest ik een handtekening zetten om twee jaar te zwijgen over mijn verblijf in de cave. Na 30 jaar heb ik me aangesloten bij een actiegroep voor erkenning asbest slachtoffer, wat uiteindelijk door het ministerie werd erkend. Dat betekende dat mijn vrouw een bedrag kreeg uitbetaald bij overlijden.


